Bij Meneer Sam kun je kiezen uit bijna oneindig veel soorten leer. Hier werken wij ook dagelijks mee. Maar hoe krijg je een mooi gekleurde huid of leer met een patroon? Wij gingen onlangs samen met Ohmann leather en het team van Meneer Sam naar de Gmelich und Söhne Lederfabrik in Duitsland om hierachter te komen. Dit zijn de processen wat een stukje leer ondergaat.

1. De ruwe huiden komen binnen, zelfs de fabriek weet nog niet wat voor kwaliteit huiden ze binnen krijgen. Deze huiden zijn slachtafval, zo gaat er niets onnodig verloren.
2. Dit zijn de schoonmaakvaten, hier worden de huiden schoongemaakt.
3. Na de eerste schoonmaakronde worden de huiden gesplit en daarna nogmaals schoongemaakt.
4. Hier zie je het splitwerk. Dit houdt in dat onder andere het vet van de huiden worden gescheiden. De ene helft wordt gebruikt voor de meubel en automobiel industrie. De andere helft van de huiden worden bijvoorbeeld gebruikt voor riemen en schoenen.
5. Zo komen de huiden uit de schoonmaakvaten, hier zijn ze schoongemaakt met verschillende chemicaliën. Eén hiervan is chroom, hierdoor worden ze blauw van kleur (wet blue).
6. Daarna worden de huiden nagekeken en krijgen ze de eerste kwalificatie. Ze kijken onder andere naar de littekens, zichtbare aderen en beschadigingen op de huiden.
7. Hierna krijgen ze een uniek nummer welke gelinkt is aan de database in de computer, zo kan zelfs Meneer Sam nog nagaan welke processen de huiden zijn ondergaan.
8. De huiden worden nu geselecteerd op kwaliteit en grootte. Het ziet er nu al uit als mooi bruikbaar leer, maar ze moeten nog wel wat processen doorlopen.
9. Dan gaan ze op de stapel bij dezelfde soort, dit is nodig voor het verven/looien van de huiden. Deze worden namelijk door en door geverfd. Daarbij is het handig huiden van dezelfde kwaliteit bij elkaar te hebben.
10. Dit zijn de kleurvaten en dit is zelfs nog maar een kleine selectie van de kleuren uit welke je kunt kiezen. Hoe lichter de kleur hoe gaver de huid moet zijn, hierop zie je namelijk bijna elke oneffenheid terug. Bij huiden met kleine beschadigingen kun je met zwarte verf vlekjes wegwerken en zo toch een gave huid krijgen.
11. Hier krijgen de huiden in vaten hun kleur. Met echt leer zal de kleur altijd net iets variëren omdat je hier met verschillende elementen te maken hebt. Dit is met het blote oog nauwelijks tot niet te zien. Met kunstleer kan de kleur wel exact worden nagemaakt.
12. Komt deze kleur je bekend voor? Deze huiden gebruiken ze voor de stoelen van de NS 1e klas coupés.
13. Wanneer de huiden geverfd zijn moeten ze weer drogen, dit kan op twee manieren. De meest voorkomende manier is spannen en door een ‘oven’ halen, dan zijn ze dezelfde dag nog droog. Niet elk huid kan dit aan, sommige worden over een balk gelegd en hangen twee dagen hoog te drogen in de hal.
14. Na het drogen moeten de gespannen leer snel weer los gemaakt worden. Daardoor komen de spanners op een hoop, kijk eens hoeveel er liggen!
15. Leer is niet uit zichzelf meer soepel. Er zijn speciale machines die het leer weer soepel kneden. Het komt voor dat er niet genoeg leer is om de machine te vullen. Dan komt er opvulleer bij kijken, dit noemen wij ook wel knuffelleer. Dit leer is super zacht en wil je ook niet anders dan mee knuffelen.
16. Sam en Koen wilden de machine wel even van binnen bekijken en daarbij natuurlijk nog even de binnenkant voelen. Vaak gebruiken ze hout voor het kneden van de stukken leer maar soms wordt er ook met staal gewerkt.
17. In sommige gevallen wordt het leer nog even opgeschuurd en door een wals gehaald. Opschuren gebeurt altijd wanneer er een patroon in de huid komt. Ook dit moest natuurlijk even gevoeld worden.
18. Als finishing touch worden de vellen afgelakt (topcoat). Zo blijven ze langer mooi.
19. Na de topcoat drogen ze op een lopende band, de huiden zijn nu zo goed als klaar.
20. Hier zie je hoe de huiden worden opgeslagen. Mooi op een bok zodat er geen vouwen in komen en er niets van de kwaliteit verloren gaat.
21. We zijn aangekomen bij het eindproduct, hier zie je verschillende stalen van leer. Deze worden bijvoorbeeld gebruikt om naar een leverancier te sturen. Misschien heb je deze wel eens bij Meneer Sam gezien?
1.    De ruwe huiden komen binnen, zelfs de fabriek weet nog niet wat voor kwaliteit huiden ze binnen krijgen. Deze huiden zijn slachtafval, zo gaat er niets onnodig verloren.
2.    Dit zijn de schoonmaakvaten, hier worden de huiden schoongemaakt. 
3.    Na de eerste schoonmaakronde worden de huiden gesplit en daarna nogmaals schoongemaakt.
4.    Hier zie je het splitwerk. Dit houdt in dat onder andere het vet van de huiden worden gescheiden. De ene helft wordt gebruikt voor de meubel en automobiel industrie. De andere helft van de huiden worden bijvoorbeeld gebruikt voor riemen en schoenen. 
5.    Zo komen de huiden uit de schoonmaakvaten, hier zijn ze schoongemaakt met verschillende chemicaliën. Eén hiervan is chroom, hierdoor worden ze blauw van kleur (wet blue).
6.    Daarna worden de huiden nagekeken en krijgen ze de eerste kwalificatie. Ze kijken onder andere naar de littekens, zichtbare aderen en beschadigingen op de huiden. 
7.    Hierna krijgen ze een uniek nummer welke gelinkt is aan de database in de computer, zo kan zelfs Meneer Sam nog nagaan welke processen de huiden zijn ondergaan.
8.    De huiden worden nu geselecteerd op kwaliteit en grootte. Het ziet er nu al uit als mooi  bruikbaar leer, maar ze moeten nog wel wat processen doorlopen.
9.    Dan gaan ze op de stapel bij dezelfde soort, dit is nodig voor het verven/looien van de huiden. Deze worden namelijk door en door geverfd. Daarbij is het handig huiden van dezelfde kwaliteit bij elkaar te hebben.
10.    Dit zijn de kleurvaten en dit is zelfs nog maar een kleine selectie van de kleuren uit welke je kunt kiezen.  Hoe lichter de kleur hoe gaver de huid moet zijn, hierop zie je namelijk bijna elke oneffenheid terug. Bij huiden met kleine beschadigingen kun je met zwarte verf vlekjes wegwerken en zo toch een gave huid krijgen.
11.    Hier krijgen de huiden in vaten hun kleur. Met echt leer zal de kleur altijd net iets variëren omdat je hier met verschillende elementen te maken hebt. Dit is met het blote oog nauwelijks tot niet te zien. Met kunstleer kan de kleur wel exact worden nagemaakt. 
12.    Komt deze kleur je bekend voor? Deze huiden gebruiken ze voor de stoelen van de NS 1e klas coupés.
13.    Wanneer de huiden geverfd zijn moeten ze weer drogen, dit kan op twee manieren. De meest voorkomende manier is spannen en door een ‘oven’ halen, dan zijn ze dezelfde dag nog droog. Niet elk huid kan dit aan, sommige worden over een balk gelegd en hangen twee dagen hoog te drogen in de hal.
14.    Na het drogen moeten de gespannen leer snel weer los gemaakt worden. Daardoor komen de spanners op een hoop, kijk eens hoeveel er liggen!
15.    Leer is niet uit zichzelf meer soepel. Er zijn speciale machines die het leer weer soepel kneden. Het komt voor dat er niet genoeg leer is om de machine te vullen. Dan komt er opvulleer bij kijken, dit noemen wij ook wel knuffelleer. Dit leer is super zacht en wil je ook niet anders dan mee knuffelen.
16.    Sam en Koen wilden de machine wel even van binnen bekijken en daarbij natuurlijk nog even de binnenkant voelen. Vaak gebruiken ze hout voor het kneden van de stukken leer maar soms wordt er ook met staal gewerkt. 
17.    In sommige gevallen wordt het leer nog even opgeschuurd en door een wals gehaald. Opschuren gebeurt altijd wanneer er een patroon in de huid komt. Ook dit moest natuurlijk even gevoeld worden.
18.    Als finishing touch worden de vellen afgelakt (topcoat). Zo blijven ze langer mooi.
19.    Na de topcoat drogen ze op een lopende band, de huiden zijn nu zo goed als klaar.
20.    Hier zie je hoe de huiden worden opgeslagen. Mooi op een bok zodat er geen vouwen in komen en er niets van de kwaliteit verloren gaat.
21.    We zijn aangekomen bij het eindproduct, hier zie je verschillende stalen van leer. Deze worden bijvoorbeeld gebruikt om naar een leverancier te sturen. Misschien heb je deze wel eens bij Meneer Sam gezien?

Andere leuke projecten

Terug naar boven